Contactgegevens

Bedrijfsgegevens
Route-kaart




Hoe werkt watersnijden?

Erosie
De werking van het watersnijden is gebaseerd op erosie, zoals dit fenomeen zich ook in de natuur voordoet.

afname door erosieFysisch gezien kan men zeggen dat de potentiële energie (hoge druk) omgezet wordt in kinetische energie (snelheid). Door middel van een krachtige hogedrukpomp wordt het water op een bepaalde druk gebracht. De haalbare snijdruk van het watersnijden ligt over het algemeen binnen een bereik van 500 en 4.000 bar, maar er is een trend naar hogere drukken. De diameter van de spuitmond varieert tussen de 0,1 en 0,8 mm, terwijl de doorsnede van de waterstraal tussen 0,1 tot 1,1 mm bedraagt. Wat snelheid betreft, kan deze oplopen tot 1.000 meter per seconde (> Mach 3). De straalpijp is onderaan voorzien van een mengbuis voor de aanvoer van het abrasief. Hierdoor wordt het mogelijk hardere materialen met grotere diktes te snijden.

Werking nozzle abrasief
Voor het pure watersnijden, zonder abrasief, wordt tegenwoordig met drukken van 2.000 tot 3.200 bar gesneden. Gebruikt men abrasief, dan liggen de drukken hoger, tussen 3.000 en 4.000 bar. Afhankelijk van de materiaalsoort die gesneden moet worden en de materiaaldikte, evolueren sommige fabrikanten naar machines waarmee drukken gehaald kunnen worden tot maximum 6.000 bar.

Realisatie van de druk
Om de hoge drukken te realiseren, heeft elke fabrikant zo zijn eigen techniek. Bij het watersnijden heeft men tijdens het proces een bepaalde hoeveelheid water nodig onder een bepaalde druk. De definitie van de pomp is hiervan afhankelijk.
Direct aangedreven pompen: Wanneer met drukken kleiner dan 1.200 bar en volumestromen tot enkele honderden liters per minuut gewerkt wordt, wordt dit type pomp gebruikt om de benodigde drukken te halen. Bij de aansluiting van meerdere snijkoppen bestaat echter de kans dat problemen opduiken met betrekking tot druk- en debietregeling.

Drukomvormer: Met de intensifier (drukoverzetter) worden drukken tot 4.000 bar bereikt.
In de hogedrukpomp drijft een elektromotor een oliepomp aan, die de hydraulische olie op een druk van 200 à 240 bar brengt. Vervolgens wordt met deze hydraulische olie, via een drukoverzetter, het snijwater op een druk van 4.000 bar gebracht. Via een flexibele, hoge drukleiding wordt het snijwater naar de düse (spuitmond) gebracht. De relatieve beweging van de düse is programmeerbaar en zal zorgen voor het snijden van het werkstuk.

Bij het opbouwen van de druk kan ook gebruik gemaakt worden van 2 cilinders in plaats van 1 cilinder. Deze methodiek zorgt ervoor dat er geen drukvat nodig is om de drukverschillen op te vangen die bij een systeem met slechts één cilinder voorkomen. De energie gaat volledig naar het snijproces, zonder drukvallen.


 

 

Snijkoppen
Bij het abrasief snijden moet de kop de mengeling van zand en water met een zo groot mogelijke kracht en stroomsnelheid door het materiaal gaan, zonder dat er te veel turbulentie optreedt. Belangrijk daarbij is dat het zand onder 45° aan het water wordt toegevoegd. De beweging van de snijkoppen is gebaseerd op het principe van een 'vliegende' snijkop. Dit wil zeggen dat het werkstuk op de snijtafel rust en dat de snijkop de gewenste contour van het werkstuk volgt.
Uitsluiten van beschadiging aan werkstuk of snijkop
Omdat er geen contact is tussen werkstuk en snijkop, bestaat er geen risico op beschadiging van het werkstuk en sluit men tegelijk ook het gevaar uit dat de snijkop vast komt te lopen. Om een constante kwaliteit te waarborgen, is het van belang dat de afstand tussen de snijkop en het werkstuk te allen tijde constant blijft. Hiervoor worden snijkoppen uitgerust met een voeler (ringvormig of andere) die steeds in contact blijft met het werkstuk. Wordt er gewerkt met zachte materialen, dan kan deze voeler uitgeschakeld worden.

Website gemaakt door WEBtima